Schrijfstress

Schrijfstress Blogpost
266

Ik sta er voor gekend dat ik niet veel schrik heb. En nogal impulsief ben. Geloof me, die twee elementen, samen met een soort onwrikbaar geloof in eigen kunnen is een bijna explosieve cocktail.

Zo heb ik recent een opdracht aanvaard bij een vormingsinstituut. Letterlijk om vijf voor twaalf had de oorspronkelijke docent forfait gegeven. Of ik het niet even kon overnemen...

‘Doelgericht schrijven’, hoe moeilijk kan het zijn. En ik zei ‘ja’. Toen begon het nadenken. Kon ik dat eigenlijk wel? Ik kan verhaaltjes vertellen, mensen ontroeren en kwaad krijgen met mijn stukjes. Maar dat is allemaal redelijk simpel.

Vervolgens kreeg ik de gebruikte cursus toegeschoven. Het was een soort ‘zakelijke correspondentie, hoe schrijf ik de juiste brief’. Ik moest vaststellen dat ik de helft van die stof niet beheerste, en ook onvoldoende onder de knie had om er zonder kleerscheuren van af te komen. Eén moeilijke vraag en ik zou door de mand vallen. Niet meteen een goede basis om mee te beginnen.

Het werd nog erger. Bij de voorstelling van de cursisten bleken er ook nog mensen bij te zitten zoals docenten Nederlands, copywriters en mensen die de interne/externe communicatie voor hun rekening namen voor hun bedrijf.

Er was geen weg terug, ik zag wel waar het schip strandde. Ik vertelde over de functies van verhalen, van content stukjes. Ik gaf schrijf-opdrachten. In mijn ogen hele simpele oefeningen. Om vast te stellen dat die toch moeilijker leken dan ik me voorstelde. Of liever, het resultaat was niet meteen spectaculair te noemen.

Ik snapte het niet. Terwijl het eigenlijk ontzettend veel te maken had met een fenomeen dat iedereen kent. Schrijfstress. Het eenvoudige gegeven dat mensen iets moeten schrijven dat meteen beoordeeld wordt. In de klas, door iemand die ze niet kennen, zorgt voor schrijfstress.

En dat vertoont zich in veel vormen. Sommigen krijgen geen letter op papier en dienden hun opdracht later (of niet) binnen. Anderen zochten hun heil in een soort vreemd ‘ambtenares’, vol met van die bizarre oudbollige woordjes, terwijl ze zelf totaal niet zo spraken. Vooralsnog, dienaangaande, niettegenstaande, gevolg gevend aan…. U ziet de ambtenaar in stofjas zo voor u.

Het vreemde is, dat die mensen in andere omstandigheden totaal geen last hadden van het fenomeen. Ik bleek de oorzaak te zijn. De meester voor de klas, iemand die geacht wordt het beter te weten. Zo jammer, want ze zouden beter moeten weten, ik beoordeel niet, ik probeer te helpen.

is een klein handigheidje voor, mocht je er soms ook last van hebben. Ik deel het graag met jullie. Het is heel simpel. Start met schrijven, en trek je niet te veel aan van de formulering. Langzaam kom je echt in de flow, laat je de stadhuiswoorden achterwege en kom je in je natuurlijke register terecht. Schrijf dan wat je te zeggen hebt en laat het een uurtje liggen. Ik ben er zeker van dat je nadien zelf ziet waar het fout gaat. Schrap gewoon die eerste tien zinnen en hoogstwaarschijnlijk heb je nadien een meer dan verdienstelijk resultaat. En doelgericht bovendien.

OVER DE AUTEUR

Everaert Guido

Everaert Guido

Jouw comment

Log in om een comment toe te voegen

E-mailadres niet geverifieerd

Nog geen lid? Maak jouw profiel aan.

Recente comments